Alles wat je moet weten bij het kopen van een platenspeler

De platenspeler is terug van weggeweest! Wil jij (weer) genieten van dat gezellig ruisende, analoge geluid van langspeelplaten? Dan ben je hier op de juiste plek. Ben je nieuw op het gebied van platenspelers? Of wil je je geheugen even opfrissen? Op deze pagina spijkeren we je kennis over platenspelers bij, zodat je goed geïnformeerd een keuze kunt maken. Hieronder lees je alles over de aandrijving, het aansluiten van luidsprekers en het instellen van het toerental.

De aandrijving van de platenspeler

De aandrijving is de basis van de platenspeler. Een plaat ligt op een draaiplateau, dat door een motor wordt aangedreven. Dat kan op drie verschillende manieren: door middel van een snaar, een wiel of directe aandrijving. De wielaandrijving is een oude techniek, die tegenwoordig niet veel meer gebruikt wordt. In onze webshop vind je dan ook platenspelers met de andere twee aandrijvingen. Meer over deze technieken lees je hieronder.

Directe aandrijving

Bij de directe aandrijving - ook wel direct drive genoemd - is de motor rechtstreeks op het plateau aangesloten. Het draaiplateau is daardoor bijna direct op snelheid, zodat je de plaat meteen kunt afspelen. Deze snelle opstarttijd is ook voor DJ's ideaal. De directe aandrijving werkt onderhoudsvrij en zorgt ervoor dat de plaat op constante snelheid draait.

  1. Geen losse onderdelen die vervangen hoeven worden, dus onderhoudsvrij
  1. De plaat is bijna direct op snelheid, iets wat vooral ideaal is voor DJ's
  1. Trillingen van de motor zijn hoorbaar als rommelende lage toon (rumble)

Snaaraandrijving

Bij de snaaraandrijving wordt het plateau aangedreven door een snaar, die in verbinding staat met de motor. De snaar kan trillingen en snelheidsvariaties van de motor absorberen, zodat het plateau met een constante snelheid draait. Platenspelers met snaaraandrijving voldoen over het algemeen goed voor thuisgebruik.

  1. Trillingen van de motor hebben geen invloed op de geluidskwaliteit
  1. Eenvoudig gebouwd, dus gemakkelijk te onderhouden of repareren
  1. De snaar moet eens in de zoveel tijd vervangen worden

Het instellen van het toerental

Vrijwel iedere platenspeler kan platen op verschillende snelheden afspelen. Deze snelheid - ook wel toerental genoemd - wordt weergegeven in het aantal toeren of omwentelingen per minuut. Er zijn drie standen: 33 1/3 toeren, 45 toeren en 78 toeren. Bij het maken van een vinylplaat worden de groeven op een bepaalde draaisnelheid in de plaat gesneden. Voor een perfecte weergave van het geluid, moet de plaat op dezelfde snelheid worden afgespeeld als waarmee deze is gemaakt.

Welk toerental is geschikt voor welke plaat?

Maar welk toerental is nu precies geschikt voor welke plaat? In het overzicht hieronder zetten we op een rijtje wat de juiste afspeelsnelheid is voor welk type plaat. Een lp van 12 inch speel je bijvoorbeeld op een andere snelheid af dan een plaat van 7 inch.

33 1/3 toeren

De meest voorkomende snelheid om platen af te spelen is 33 1/3 toeren. Alle standaard 12 inch langspeelplaten van vinyl worden afgespeeld deze snelheid.

  1. Ik wil mijn platen afspelen op 33 1/3 toeren

45 toeren

Veel platen van 7 inch (singles) worden afgespeeld op 45 toeren per minuut. Daarnaast worden ook singles van 12 inch (een single op lp-formaat dus), ep's en mini-lp's afgespeeld met 45 omwentelingen per minuut.

  1. Ik wil mijn platen afspelen op 45 toeren

78 toeren

Het afspelen van platen op de hoge snelheid van 78 toeren is inmiddels verouderd en wordt niet veel meer gebruikt. Platen uit de jaren vijftig met de opdruk SP (standard play), NP (normal play) of N78 kun je nog wel afspelen op 78 toeren. Hetzelfde geldt voor specifieke promotieplaten uit de jaren zeventig.

  1. Ik wil mijn platen afspelen op 78 toeren

Handbediend, halfautomatisch of volautomatisch?

Er zijn drie soorten draaitafels: handbediende, halfautomatische en automatische. Deze drie benamingen hebben betrekking op het starten en stoppen van de toonarm met de naald. Ze geven aan wat je zelf moet doen. Daarin maken we onderscheid tussen drie handelingen:

  • Start: de naald boven de plaat zetten en hem laten zakken.
  • Stop: het omhoog bewegen van de toonarm als de plaat is afgelopen.
  • Terugslag: de toonarm gaat terug naar zijn startpositie.

Handbediende platenspeler

Een handbediende of manuele platenspeler wordt volledig met de hand bediend. Dat betekent dat je de draaischijf zelf aanzet en vervolgens handmatig de toonarm naar de plaat beweegt. Vervolgens zet je de naald voorzichtig op de plaat, waarna deze zal beginnen met afspelen.

  • Start: manueel
  • Stop: manueel
  • Terug: manueel
  1. Voordelig in de aanschaf
  1. Nostalgisch effect: alles zelf doen, net als vroeger
  1. Risico op slijtage als je vergeet de platenspeler uit te zetten
  1. Bekijk alle handbediende platenspelers

Halfautomatische platenspeler

Bij een halfautomatische platenspeler zet je de plaat wel zelf aan, maar gaat de naald aan het eind van de plaat automatisch omhoog. Dit wordt ook wel de automatische stopfunctie genoemd. Bij een platenspeler zonder automatische stopfunctie moet je dus zelf in de gaten houden wanneer de plaat is afgelopen.

  • Start: manueel
  • Stop: automatisch
  • Terug: manueel
  1. Minder kans op storingen
  1. Weinig slijtage, doordat de naald vanzelf omhoog komt
  1. Duurder dan een handbediende platenspeler
  1. Bekijk alle halfautomatische platenspelers

Volautomatische platenspeler

Een automatische of volautomatische platenspeler gaat alles vanzelf: met één druk op de knop begint deze automatisch met afspelen en aan het einde van de plaat stopt deze ook weer vanzelf. De naald beweegt dan automatisch terug naar zijn beginpositie. Deze functie wordt automatische terugslag genoemd.

  • Start: automatisch
  • Stop: automatisch
  • Terug: automatisch
  1. Alles gaat vanzelf: je hebt er geen omkijken naar
  1. Weinig slijtage, doordat de naald vanzelf omhoog komt
  1. Kans op storingen